Roddelmethode intervisie: zo gebruik je het
Roddelmethode… dat klinkt niet direct heel veilig of professioneel. Toch is de roddelmethode intervisie een krachtige en veelgebruikte intervisiemethode, mits je het zorgvuldig inzet. Het is een gestructureerde werkvorm waarin de groep “over” de casusinbrenger praat terwijl die luistert. Het doel: scherpere inzichten, nieuwe perspectieven en concrete acties. In deze blog leggen we uit wat de roddelmethode is, hoe je de roddelmethode intervisie stap voor stap gebruikt en waar je op moet letten om het veilig en effectief te houden.
Wat is de roddelmethode in intervisie?
De roddelmethode is een intervisievorm waarbij de groep hardop denkt over de casus en de casusinbrenger, terwijl die zelf tijdelijk “op de achtergrond” is. De casusinbrenger vertelt eerst de casus, en gaat daarna letterlijk of figuurlijk een stap terug door uit de groep te gaan en elders in de ruimte te gaan zitten. De anderen praten in de derde persoon:
- “Ik heb de indruk dat hij…”
- “Het zou kunnen dat zij bang is voor…”
- “Misschien speelt hier dat hij zichzelf verantwoordelijk voelt voor…”
Belangrijk: het gaat niet om oordelen of labelen, maar om hypotheses, associaties en nieuwe invalshoeken. De methode kan veel opleveren, maar vraagt daarom een extra strakke structuur en duidelijke afspraken over veiligheid.
Wanneer kies je voor de roddelmethode
De roddelmethode is vooral geschikt wanneer:
- De casus veel gevoelens, aannames of “onderstroom” oproept
- De casusinbrenger zelf “vast” zit in één kijkrichting
- Je met de groep verschillende perspectieven en mogelijke verklaringen wilt verkennen
- De intervisiegroep al enige ervaring en vertrouwen met elkaar heeft
Minder geschikt is de roddelmethode bij:
- Net startende groepen die elkaar nog niet kennen
- Casussen met veel schaamte of kwetsbaarheid, waar de basisveiligheid nog broos is
- Situaties waarin deelnemers moeite hebben om oordeelvrij te spreken.
De roddelmethode stap voor stap
1. Casusinbreng en keuze
Alle deelnemers formuleren in enkele zinnen een casus wat ze willen inbrengen. De groep maakt een democratische keuze welke casus we gaan behandelen.
2. Toelichting casus
De casusinbrenger:
- Beschrijft kort en concreet wat er gebeurde
- Licht toe wie erbij betrokken waren
- Vertelt wat hij/zij dacht en voelde
- Benoemt waar de twijfel of worsteling zit
- Formuleert een duidelijke leervraag, bijvoorbeeld: “Hoe kan ik in dit soort gesprekken steviger blijven en toch in verbinding blijven?”
3. Open vragen
De deelnemers stellen alleen open, verhelderende vragen:
- “Wat maakte dat je juist toen niets meer zei?”
- “Wat hoopte je dat er zou gebeuren?”
- “Wat raakte jou het meest in deze situatie?”
Nog géén meningen of adviezen. Doel: de casus scherp krijgen.
4. Roddelen en oplossen
Nu komt de “roddel”-fase. De casusinbrenger gaat letterlijk iets verder van de groep zitten / draait de stoel om / zet de camera op “luisteren” en spreekt af om alleen te luisteren en te noteren, zonder te reageren.
De groep gaat met elkaar in gesprek over de casus en casusinbrenger, zonder oordeel, in de vorm van hypotheses.
- “Ik kan me voorstellen dat hij bang was om de relatie te beschadigen.”
- “Misschien voelt zij zich verantwoordelijk voor het hele team.”
- “Ik hoor iemand die vooral de ander wil ontzien en zichzelf daarbij vergeet.”
5. Ervaringen casusinbrenger bespreken
De casusinbrenger keert terug in de groep en benoemt:
- Wat hem/haar het meest raakte
- Welke nieuwe inzichten of spiegels zijn ontstaan
- Welke hypotheses herkenbaar zijn en welke niet
- Wat dit betekent voor de eigen kijk op de situatie
- Welke acties gaat hij/zij ondernemen
6. Evaluatie
Tot slot formuleert de casusinbrenger wat hij/zij vond van deze intervisie. Daarnaast geeft de groep kort terug wat zij zelf geleerd hebben van deze casus en deze methode. Ook is het belangrijk dat het gevoel van veiligheid van alle deelnemers en vooral de casusinbrenger wordt gecheckt.
Hoe gebruik je de roddelmethode veilig?
Omdat de roddelmethode intervisie de groep uitdrukkelijk uitnodigt om “over iemand te praten”, is veiligheid cruciaal. Enkele tips:
- Maak expliciete afspraken
Spreek vooraf af over vertrouwelijkheid, respectvolle taal en spreken in ik-vorm of hypothesevorm (“ik heb het idee dat…”).
- Bewaak de grens tussen spiegel en oordeel
De begeleider grijpt in bij harde oordelen of etiketten. De bedoeling is spiegelen en verkennen, niet veroordelen.
- Check altijd bij de casusinbrenger
Laat de casusinbrenger na de roddelronde benoemen wat helpend was en wat niet. Dat is niet alleen belangrijk voor de inbrenger, maar ook heel leerzaam voor de groep. Daarnaast werken wij met twee ‘jokers’ voor extra veiligheid: aan het begin van de roddelronde spreken we af dat de casusinbrenger op elk moment mag aangeven dat iets oncomfortabel voelt (bijvoorbeeld door een hand op te steken). Op dat moment stopt de begeleider direct de ronde en stuurt het gesprek bij, of kiest ervoor om op een andere, veiligere manier verder te gaan.
- Gebruik de methode niet te vroeg
Startende groepen kunnen beter eerst ervaring opdoen met bijvoorbeeld het kernmodel of incidentmethode, voordat ze de roddelmethode inzetten.
Aan de slag met de roddelmethode bij intervisie?
De roddelmethode intervisie is een krachtige werkvorm om blinde vlekken te ontdekken en patronen zichtbaar te maken. Mits goed begeleid, levert één sessie vaak veel inzichten op, voor de casusinbrenger én de rest van de groep.
Wil je deze en andere intervisiemethoden professioneel inzetten in jouw organisatie, of zelf intervisiebegeleider worden?
Plan een vrijblijvende kennismaking, vraag een voorstel op maat of bekijk onze training tot intervisiebegeleider (incompany of open inschrijving) en ontdek hoe je intervisie veilig, gestructureerd en effectief kunt neerzetten.








